Bang of boos naar de crèche
Steeds meer kinderen gaan naar een crèche. In 1990 waren er 20.000 plaatsen, in 2005 al 100.000. Die snelle stijging is ten koste gegaan van de kwaliteit van de opvang. Dat is de conclusie in het rapport dat het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek vorige jaar uitbracht. ‘De Nederlandse kinderopvang is haar toppositie kwijtgeraakt.’ Men dacht daarbij met name aan aantrekkelijk speelgoed, stimulerende activiteiten, veiligheid en hygiëne. Een uitzondering werd gemaakt voor de pedagogische sensitiviteit van de leidsters voor de kinderen. Die zou goed zijn gebleven.
Daar is echter wel wat op af te dingen, zoals blijkt uit het proefschrift van Mirjam Gevers Deynoot. Er zijn eenvoudigweg te weinig goed opgeleide leidsters om de snelle stijging van het aantal crèches bij te houden. Vooral op angstige en agressieve kleintjes heeft dat een negatieve invloed. Niet alleen zijn sommige leidsters niet in staat zulke kinderen te helpen zich anders te gaan gedragen, het vervelende of bange gedrag wordt zelfs versterkt. Dat is de conclusie die zij trekt uit haar onderzoek, waarin zij zeventig kinderen intensief observeerde. Eerst toen ze vijftien maanden waren en later met bijna twee jaar. Zowel thuis als in de crèche, in hun contacten met ouders, leidsters en kinderen.
Sommige kinderen die door hun aard angstig of agressief zijn en thuis niet de daarbij passende zorg krijgen, zijn op de leidsters aangewezen om te kunnen veranderen. Goede leidsters kunnen dat. Ook als ze met één kind bezig zijn, houden ze met een half oog aandacht voor de anderen. Reageren aanmoedigend op wat een kind in positieve zin doet of maakt, en grijpen vriendelijk maar beslist in bij negatief gedrag. Ze voelen aan wanneer ze een bang kind even op schoot moeten nemen en doen agressieve kinderen voor hoe je ook op een andere manier met een leeftijdgenootje kunt omgaan. Kortom: zij hebben oog voor de verschillen tussen kinderen en aandacht voor het individuele kind. Slechte leidsters laten de kinderen onderling voornamelijk als groep te veel aanrommelen. Laten de boel de boel. Lastige kinderen worden niet gecorrigeerd, maar krijgen alleen ‘hou op, niet doen!’ te horen, vaak op snauwerige toon. Teruggetrokken kinderen laten ze in hun hoekje zitten, opgelucht dat ze daar tenminste geen omkijken naar hebben.
Er wordt vaak gezegd dat crèches goed zijn voor de sociale ontwikkeling, maar dat geldt dus alleen als er goede leidsters zijn. Sommigen zijn dat van huis uit, hebben dat meegekregen. Anderen niet en hun moet het zo goed mogelijk worden bijgebracht in een gedegen ontwikkelingspsychologische en pedagogische opleiding. Voor allen geldt dat zij niet te veel kinderen onder hun hoede moeten hebben. Op die jonge leeftijd is een verhouding van één leidster op drie kinderen gewenst.
(Bron: H.J. Vermeer e.a.: Kwaliteit van Nederlandse kinderdagverblijven: Trends in kwaliteit in de jaren 1995-2005. Rapport Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2005)
M.J.J.M. Gevers Deynoot-Schaub: Young Children’s Behavior and Experiences in Child Care Centers: A Longitudinal Study. Proefschrift Universiteit van Amsterdam, maart, 2006)
(Deel I Hoofdstuk Een veilige basis Kinderopvang) (staat al in nieuwste editie, 2009)





Reacties