Kleine onderhandelaars
Niet te snel tussen beide komen als peuters het tijdens het spelen niet met elkaar eens zijn. Dat is de conclusie van een Noors onderzoek, waarbij men vaststelde dat zelfs zulke kleintjes al heel aardig kunnen onderhandelen. Ze komen er vaak zelf wel uit.
Het ging om 24 twee- en driejarigen in de kinderopvang, van wie de speel-interacties werden opgenomen. De onderhandelingen gingen in het algemeen over speelgoedjes, over wat er mee werd gespeeld en over wie wat mocht doen. Het ging verbaal zowel als non-verbaal, met woorden, gebaren, manieren van kijken, glimlachen en schateren. Ze zetten ze allemaal in. Welke, was afhankelijk van waar het over ging. Woorden bijvoorbeeld vaker als het ging over met wat ze zouden gaan spelen. Kijken en glimlachen vaker als een kind iets graag wilde doen. Als het met het ene niet lukte, probeerden ze het op een andere manier.
Tussen kinderen die veel samenspeelden en elkaar het beste hadden leren kennen gingen de onderhandelingen het soepelste. Dat maakt dat de onderzoekers denken dat ervaring als heel klein kind belangrijk is. Gaandeweg die ervaring worden de kinderen flexibeler in het onderhandelen. Natuurlijk moet je tussenbeide komen als het uit de hand loopt of als één kind altijd het onderspit delft. Maar het is goed hen even te laten betijen.
(Bron: Torgeir Alvestad: Preschool relationships – young children as competent participant in negotiations. Dissertatie Göteborgs Universitet. Utbildningsvetenskapliga faculteten, 18 juni, 2010)
(Deel I Hoofdstuk Sociale ontwikkeling Vrijgevigheid)





Laatste reacties