Toch niet helemaal weg
Objectpermanentie is een belangrijk woord in de ontwikkelingspsychologie. Het ontstaat met ongeveer een jaar en het betekent dat kinderen dan het beeld kunnen vasthouden van iets dat ze niet meer zien. Ze kunnen dan bijvoorbeeld op zoek gaan naar iets dat is verstopt. Daarvóór raken ze hun interesse kwijt in een speeltje dat uit hun gezichtsveld verdwijnt. Aanvankelijk zelfs als ze zien hoe je het laat verdwijnen, zoals wanneer je er een doekje overheen legt.
Maar modern hersenonderzoek maakt het mogelijk om te zien of er in de babyhoofdjes toch niet iets blijft hangen, ook al is dat aan hun gedrag niet te merken.
Baby’s van een half jaar oud kregen een driehoekige schijf te zien en zagen ook hoe de onderzoeker daar een schermpje voor zette. Daarnaast kregen ze een ronde schijf te zien, ook weer vervolgens met een schermpje er voor. Het eerste schermpje werd weggehaald. Soms stond daar de driehoek, soms het rondje, soms niets. Opvallend was nu dat het voor de hersenactiviteit niets uitmaakte welk van de twee schijven te zien was, maar wel als er niets meer stond. Volgens de onderzoekers is dit een aanwijzing dat er inderdaad geen objectpermanentie is wat betreft de eigenschappen van een voorwerp. Maar wel van ‘er was iets’. Er blijft in het hoofd nog geen vastomlijnd beeld hangen, maar wel een idee van aanwezigheid.
(Bron: M. M. Kibbe & A.M. Leslie Wat Do Infants Remember When They Forget? Location and Identity in 6-Month-Olds’ Memory for Objects. Psychological Science, 22, 12, 2011)
(Deel I Hoofdstuk Denken De eerste twee jaar volgens Piaget)





Laatste reacties